Info Patriotten en bevrijders

Patriotten

De Patriotten waren aanhangers van een Nederlandse politiekeLeden 1e exercitiegenootschap De Vrijheid opgericht in Dordrecht in 1783
stroming, die vanaf 1781 aan het heersende absolutisme een halt
wilde toeroepen en een nieuwe "houding" in de Nederlanden
wilde stimuleren. De Patriotten - vaak uit christelijk, verlichte
kringen - zijn beïnvloed door de al eerder gelanceerde ideeën
van Jean Jacques Rousseau over de soevereiniteit van het volk.
Het programma van de Patriotten laat zich in drie punten
samenvatten:
 

  1. herstel van de macht van de Republiek met als voorbeeld de (Staatsgezinde) leiders uit de 17e eeuw
  2. herstel van medezeggenschap uit de tijd van voor de Unie van Utrecht, en materiële en morele herbewapening, dat wil zeggen een
  3. herstel van de oorspronkelijke functie van de schutterij.

Daarbij werden alle mogelijke middelen met veel bevlogenheid ingezet, zodat de Patriotten voor de
tijdgenoten ook het onderwerp werden van spot.

De stroming kan ook worden gezien als een reactie op het rationalisme van de 18e eeuw.

 

Aanleiding


De Patriotten werden actief toen handelsbetrekkingen enimages/Joan van der Capellen tot den Pol
nieuwe afzetmogelijkheden met de Verenigde Staten, zowel in
de Republiek en als in West-Europa een grote rol speelden. Van
groot belang waren de heersende ideeën om uitgesloten burgers
bij bestuur en de politiek te betrekken. Op die manier zou niet
alleen de invloed van de bevolking toenemen, maar ook een
Met het verschijnen van het Patriottisch tijdschrift "de Post van de Neder-Rhijn" in januari 1781 [1] werd in
de Nederland de periodieke politiek opiniepers geboren. Volgens dominee François Adriaan van der Kemp
is de Vierde Engelse Zeeoorlog aangegrepen om tot een theoretische en praktische bevatting van 's Volks
Rechten te komen.

De Patriotten raakten geïnspireerd door de Amerikaanse onafhankelijkheid in 1776 en waren derhalve
anti-Engels en pro-Frans. Hun voorman was Joan van der Capellen tot den Pol, die in 1778 uit de
Overijsselse Staten werd gezet vanwege zijn pro-Amerikaanse houding. Ook had hij een boek vertaald over burgerbewapening, met nieuwe ideeën uit Schotland. In het volgens justitie zeer oproerig en lasterlijk libel of geschrift Aan het Volk van Nederland, verspreid in september 1781, met scherpe kritiek op de stadhouder, riep hij op tot het indienen van petities en naar Zwitsers voorbeeld tot burgerbewapening om die vrijheid te verdedigen. Ten eerste om misstanden aan de kaak te kunnen stellen zoals regenten, die onderling baantjes verdeelden, ruilden of verkochten. Ten tweede om de incapabele en weifelachtige stadhouder Willem V, beschuldigd van willekeur, te controleren en in zijn naar absolutisme neigende macht in betrekking tot de vroedschappen te beperken. Vooral in de gewesten Utrecht (sinds de Hollandse Oorlog (1674), Overijssel (sinds de Tweede Münsterse Oorlog) en Gelderland had de erfstadhouder in 1747 veel rechten verkregen.

Niet alleen op de stadhouder, zijn "eerste minister", de hertog van Brunswijk en het leger was kritiek, ook op de verstarde structuur van de schutterij, de gilden en het polderbestuur en het dijkwezen. Veel Patriotten waren actief in de Economische Tak, die onderzoek, opleiding en nieuwe werkgelegenheidsprojecten stimuleerde. In plaatsen, waar de vroedschap veel Patriotten telde, lukte het de invloed van de stadhouder op de benoemingen in de stadsregering te beperken, bijvoorbeeld in Alkmaar, Wijk bij Duurstede en Bolsward, waar respectievelijk Cornelis van Foreest, François Adriaan van der Kemp en Cornelis van den Burg veel invloed hadden.

Tot diep in de 19e eeuw waren er geen politieke partijen in Nederland en werd het plaatselijke en landelijke beleid beheerst door de verschillende facties, die de handen ineen sloegen. Er ontstond meer overleg tussen de steden en hun provinciale afgevaardigden om tot hervormingen te komen. De Patriotten verzamelden zich ieder jaar rond 5 augustus om de Slag bij de Doggersbank (1781) te herdenken en om het belang van een goede vloot te propageren. Het volgende doel was een zo goedkoop mogelijk en vrijwillig provinciaal leger te organiseren, en om het grote aantal buitenlanders in het Staatse leger te beperken.

Exercitiegenootschappen

Het eerste exercitiegenootschap de Vrijheid werd in files/Exercitiegenootschap in Sneek (1786) op het Marktplein
1783 in Dordrecht opgericht. Het genootschap in
Rotterdam werd in 1784 verboden, nadat op 3 april
rellen waren uitgebroken en vier doden en drie
gewonden waren gevallen. Kaat Mossel en Ruige Keet speelden een prominente rol en de "stadhouderes van 't Graauw" werd gearresteerd. Het dragen van kleurige symbolen werd verboden. Veel Patriotten droegen vervolgens een zwart lint aan hun hoed in de vorm van een V(rijheid).

Een tamelijk onbelicht incident in oktober 1784, de Keteloorlog, met de Oostenrijkse keizer Jozef II omtrent de aanvallen op de hertog van Brunswijk, de vrije vaart op Indië en de Schelde - al tweehonderd jaar door de Hollanders en Zeeuwen afgesloten - werd in januari 1785 aangegrepen om opnieuw provinciale legers in het leven te roepen en een soort dienstplicht in te voeren. Een soortgelijke beslissing om plaatselijke legertjes te formeren, had Johan van Oldenbarneveldt, tegenstander van prins Maurits en een van de voorbeelden voor de Patriotten in 1619 de kop gekost. Niet iedereen stond te juichen en sommigen haakten snel af.
In maart 1785 deed Willem Gerrit Dedel (1734-1801), raad bij de Admiraliteit van Amsterdam een voorstel het recommendatierecht van de stadhouder af te schaffen. In april 1785 vroegen de Gelderse Patriotten om herziening van het Regeringsreglement.

Het Leids Ontwerp is opgesteld, nadat het exercitiegenootschap in Leiden op 23 juli verboden was om te oefenen op het drilveld. De exercitiemeester werd beboet met 25 gulden. In het "Ontwerp om de Republiek door eene heilzaame Vereeniging van Belangen van Regent en Burger van Binnen Gelukkig en van Buiten Gedugt te maaken", Leiden, aangenomen bij besluit van de Provinciale Vergadering van de Gewapende Corpsen in Holland, op 4 oktober 1785 te Leiden is voor aantrekkelijke stedelijke en provinciale ambten een nieuwe regeling geformuleerd.

Aanwezig waren Pieter Vreede, voorzitter, François Adriaan van der Kemp, afgevaardigd door het
genootschap uit Heusden, Jacobus Blaauw uit Gouda, Wybo Fijnje uit Delft, Cornelis van Foreest uit
Alkmaar en Rutger Jan Schimmelpenninck in oktober 1785. De afgevaardigden van de
exercitiegenootschappen uit Holland, waaronder ook dat uit Westzaan, genaamd "Het doel waar voor onze ijver brandt, is Vrijheid in het Vaderland" vertegenwoordigden 3.180 manschappen, waarvan 800 uit Alkmaar. Er werd geen melding gemaakt van de vier sessies aan de "nieuwspapieren".
De burgerbewapening dient zeker niet alleen eng-militair te worden beoordeeld, maar vooral ook als een
demonstratie van burgerzin, democratische ambitie (zoals blijkt uit het kiezen van officieren) en politiek
activisme. De burgerbewapening speelde niet alleen in Nederland, maar in half Europa en de Nieuwe
Wereld een belangrijke rol bij de verspreiding van nieuwe ideeën.

 

Scheuring

Ook binnenhuis moest orde op zaken worden gesteld. Steeds duidelijker kwam aan het licht dat de Patriotten verdeeld waren in twee stromingen, die verenigd werden door hun afkeer van de stadhouder en het stadhouderlijk stelsel, maar ook inzake een verbond ofwel een handelsverdrag met Frankrijk. Johannes Conradus de Kock verdedigde in april 1785 J.C. Hespe, de plaatselijke drukker, die door Joachim Rendorp was aangeklaagd en veroordeeld tot water en brood. De veroordeling leidde volgens Bilderdijk tot een breuk tussen de aristocraten en democraten. Sommige aristocraten begonnen over te hellen naar de stadhouderlijke partij. De Kock zag dat als een bedreiging voor de democratisch Patriotten, die bij benoemingen meer invloed van het volk en juist minder invloed van de stadhouder voorstond. In diverse steden was een probleem omtrent vacante vroedschapszetels, die alleen opgevuld mochten worden met gereformeerden, die over genoeg kapitaal beschikten: Alkmaar was de eerste stad in de Republiek die Joden toeliet tot de vroedschap. In Deventer werd voorgesteld om de leeftijdsgrens te verlagen.

De Republiek is in 1785 een verbinding aangegaan met Frankrijk, mogelijk om meer met meer daad en
kracht verlichte, democratische en humanitaire ideeën aan de man te brengen, maar vooral met haar steun oppositie te kunnen voeren. Frankrijk zou het evenwel in september 1787 pijnlijk laten afweten.

Tijdens een landelijke bijeenkomst van exercitiegenootschappen in 1786 in Utrecht werd een radicale
beslissing genomen. Een jaar eerder was al besloten dat niet de stadhouder, maar de
exercitiegenootschappen de leden voor de vroedschap zouden moeten kiezen. De vroedschap van Utrecht werd op zeven leden na afgezet. In die stad was de uit Ceylon afkomstige Quint Ondaatje actief. In de provinciale staten van Utrecht ontstond grote verdeeldheid, waarop de prinsgezinde statenleden besloten in Amersfoort te vergaderen. Op 7 augustus kwam de Acte van Verbintenis tot stand.

H.W. Daendels, kapitein van het exercitiegenootschap in Hattem, liet zich inspireren door de veranderingen in Utrecht, toen hij in mei het stadsregeringsreglement buiten werking zette en op 8 augustus verkondigde het stadje militair te verdedigen, waar de prinsgezinde kandidaten voor de vroedschap niet langer werden geaccepteerd en de verkiezing als een interne zaak worden beschouwd. Ook de predikanten van Elburg hielpen de bolwerken en wallen te herstellen. De Gelderse stadhouderlijke troepen werden verplaatst en bezetten op 5 september Hattem en Elburg zonder veel moeite.

Op 22 september schorsten de Staten van Holland de stadhouder als kapitein-generaal van hun gewest. Eind
september 1786 werd het de exercitiegenootschappen in Gelderland en Friesland verboden onderling te
overleggen en hulp te sturen. De stad Utrecht veranderde in een legerkamp om een eventuele stadhouderlijke
aanval af te slaan. De Patriottische pers sprak inmiddels van een burgeroorlog. Naar het schijnt waren alleen
voorzichtige en individualistische acties nog mogelijk. De Patriotten gebruikten vanaf die tijd een keeshondje
als symbool, omdat Cornelis de Gijzelaar de stadhouderlijke poort naar het Binnenhof was opgereden.

Treffen rondom Utrecht

De stadhouder bleef ondanks diplomatieke pogingen van Pieterimages/Vuurgevecht Vaartse Rijn bij Jutphaas 9 mei 1787
Paulus, de Duitse diplomaten Friedrich Wilhelm von
Thulemeyer en Johann Eustach von Görtz alsmede de Engelse
gezant James Harris passief. Hij wilde of kon geen
veranderingen accepteren, maar ook de pensionarissen van de
steden Dordrecht, Haarlem en Amsterdam hielden voet bij stuk.
De stonden erop dat de burgemeesters op een andere manier
gekozen zouden worden. De zaak laaide opnieuw op toen in
Amsterdam en Rotterdam eind april/begin mei een aantal
prinsgezinde vroedschapsleden en burgemeesters werden
vervangen. Burgemeester Hendrik Hooft speelde een leidende
rol en 16.000 mensen tekenden een petitie. Op 9 mei 1787
kwam het tot een treffen rondom Utrecht, dat hulp kreeg vanuit
Holland. De aanval was georganiseerd vanuit Amersfoort, waar
de prins zijn hoofdkwartier had gevestigd. Er viel een klein
aantal slachtoffers, onder andere bij Vreeswijk. Aan het eind van
die maand werd een totaalverbod op de aanschaf van wapens
uitgevaardigd, waardoor de Patriotten nog meer in woede
ontstaken.

Enkele weken later vertrok prinses Wilhelmina vanuit Nijmegen naar Den Haag in een poging om een
verdere escalatie te vermijden, maar mogelijk ook om steun te verwerven. (Er waren enkele jaren eerder
besprekingen gehouden dat zij meer taken van haar man zou overnemen, die het aan overzicht ontbrak).
Toen zij op 28 juni werd aangehouden langs de Vlist en opgebracht naar Goejanverwellesluis door het
exercitiegenootschap uit Gouda, riep zij haar broer, de koning van Pruisen, te hulp. Op 10 juli eiste
Frederik Willem genoegdoening van Holland, dat echter weigerde excuses aan te bieden. Op 26 juli mislukte een aanval op de stadhouderlijke troepen bij Paleis Soestdijk, waarbij minstens één Pruissische soldaat werd omgebracht. Op 2 augustus ontplofte de Onze-Lieve-Vrouwe-kerk in Amersfoort, waar stadhouderlijke troepen munitie hadden opgeslagen.

Pruisische interventie

De Staten-Generaal kondigde half augustus een verbod affiles/Pruisische bevelhebber Hertog Karel Willem Ferdinand van Brunswijk
Holland steun te bieden. In verschillende steden waren inmiddels commissies voor het defensiewezen actief, die de verdediging organiseerde. De commissie verzameld in Woerden speelde  daarbij een sleutelrol. In een aantal Hollandse steden, zoals Delft kon onder leiding van Adam Gerard Mappa op de valreep alsnog een omwenteling worden gerealiseerd. Het werd echt spannend toen op 10 september een Pruisisch ultimatum van kracht werd.
Drie dagen later trok een Pruisisch leger via Nijmegen en
Westervoort de Republiek binnen. De stad Utrecht, verdedigd
door Rijngraaf van Salm werd zonder slag of stoot ingenomen.
Krijgsgevangenen, waaronder Van der Capellen tot de Marsch
werden afgevoerd naar Wesel. In Friesland hielden de
Patriotten, die zich onder leiding van Court Lambertus van
Beyma hadden verschanst in Franeker, het nog een week langer
uit. In de Republiek werden honderden Patriotten
gevangengenomen en er volgden wraakacties door
prinsgezinden, onder andere in 's-Hertogenbosch in de nacht van
9 op 10 november. Bij meer dan 850 huizen werden de ramen
ingeslagen, 250 huizen werden ook geplunderd. De volgende dag
kwam het tot plunderingen in Tiel.

Veel Patriotten verzamelden zich uiteindelijk in Amsterdam. Toen die stad zich op 10 oktober had
overgegeven, vluchtten de kopstukken naar Parijs en duizenden anderen via Antwerpen en Brussel naar
Noord-Frankrijk (Frans-Vlaanderen). Daar kregen de Patriotten geldelijke steun van Lodewijk XVI, die hoopte zodoende de werkgelegenheid ter plekke te stimuleren. Onder de Patriotten Johan Valckenaer en Court Lambertus van Beyma ontstond grote onenigheid over de administratie en de hoogte van de uitkering en oude vriendschappen sloegen om in vijandschappen.

Er werden in de navolgende jaren vijf doodvonnissen uitgesproken tegen Patriotten die de vestiging van een garnizoen hadden verijdeld. Het betrof Robert Jasper van der Cappelen van de Marsch, de leider van de Patriotten in Gelderland, burgemeester Rauwenhoff en de twee predikanten uit Elburg, en Cornelis van den Burg, een burgemeester van Bolsward. De vonnissen zijn nooit uitgevoerd en omgezet in verbanning. H.W. Daendels, die was gevlucht, werd voor eeuwig uit het gewest Gelderland verbannen.

Franse bezetting

De Pruisische bevelhebber, de hertog Karel Willem Ferdinand van Brunswijk
In 1794 kwamen de Fransen onder generaal Pichegru de Republiek bezetten, daarbij geholpen door het
Bataafs Legioen van Daendels, dat uit uitgeweken Patriotten bestond. In januari 1795 werden overal in de Republiek de prinsgezinde vroedschapsleden verzocht het kussen te verlaten. De Bataafse republiek werd ingesteld, met een uitgebreid hervormingsprogramma en veel vergaderingen. De Patriotten raakten opnieuw verdeeld over de eenheidsstaat of instandhouding van de macht van de gewesten. De federalisten waren vooral bang dat Holland en Amsterdam teveel invloed zouden uitoefenen. Daendels reageerde in januari en juni 1798 met een tweetal staatsgrepen. Bij de laatste staatsgreep werden de radicalen onder de Patriotten in hun invloed beperkt en tijdelijk opgesloten.

De betekenis van de Patriottenbeweging moet niet worden onderschat. Van orangistische zijde werden de Patriotten als exercerende winkeliers of landverraders afgeschilderd, vanwege hun heulen met Frankrijk.
Veel van de ideeën uit de Franse Revolutie, zoals de eenheidsstaat, scheiding van kerk en staat,
gelijkberechtiging en kritiek op slavernij werden tijdens de Bataafse Republiek verwezenlijkt. De
hervormingen zijn tijdens het Koninkrijk Holland verder uitgewerkt en na 1813 door het Koninkrijk der
Nederlanden overgenomen.

De Patriotten zijn als één van de vijftig thema's opgenomen in de canon van Nederland van de
commissie-Van Oostrom.

Bronnen:

Klein, S.R.E., Patriots Republikanisme. Politieke cultuur in Nederland (1766-1787) (Amsterdam 1995).
Rosendaal, J.G.M.M., De Nederlandse Revolutie. Vrijheid, volk en vaderland 1783-1799 (Nijmegen 2005).
Schama, S., Patriotten en bevrijders. Revolutie in de Noordelijke Nederlanden, 1780-1813 4e druk (Amsterdam 2005).
Wertheim-Gijsse Weenink, A.H. (1975) Gelderland van 1672-1795. In: P.J. Meij et al. Boek II. Geschiedenis van
Gelderland 1492-1795, p. 290-330.
Zee, Th.S.M van der, J.G.M.M. Rosendaal en P.G.B. Thissen, 1787: De Nederlandse Revolutie? (Amsterdam 1988).



 

Noten:

  1. Theeuwen, P.J.H.M. (2002) Pieter 't Hoen en de Post van den Neder-Rhijn, p. 131.
  2. Grijzenhout, F. & N.C.F. van Sas (1987) Voor Vaderland en Vrijheid. Revolutie in Nederland 1780-1787. Cat. Centraal Museum Utrecht, p. 21.
  3. Staatkundige aanmerkingen dienende tot nadere verklaring van de waare bedoeling der befaamde leerrede, genaamd Het Gedrag van Israël en Rehabeam ten Spiegel van Volk en Vorst. Over I Kon: XII 3b - 20a. Uitgegeven door den wijdvermaarden Fr. Adr. Van der Kemp, 's Gravenhage 1783, p. 21. Niedersächs. Staatsarchiv Wolfenb. 1 Alt 22 Nr. 1740-141.
  4. Grijzenhout, F. & N.C.F. van Sas (1987) Voor Vaderland en Vrijheid. Revolutie in Nederland 1780-1787. Cat. Centraal Museum Utrecht, p. 18.5. Treurbazuin uitgalmende op eenen Vaderlandschen, en beredeneerden toon, den rampzaligen toestand waar in de Republiek door den willekeurigen vreedebreuk van den Roomschen Keizer Joseph den Tweeden ..., 10 november 1784, p. 33, 34, 37. Niedersächs. Staatsarchiv Wolfenb. 1 Alt 22 Nr. 1740-188, p. 33-34, 37.
  5. Habermehl, N.D.B. (2000) Joan Cornelis van der Hoop (1742—1825). Marinebestuurder voor stadhouder Willem V en koning Willem I, p. 249.
  6. DBNL . Joan Derk van der Capellen tot den Pol, Aan het volk van Nederland (http://www.dbnl.org/tekst /cape004aanv01_01/cape004aanv01_01_0011.htm)
  7. Grijzenhout, F. & N.C.F. van Sas (1987) Voor Vaderland en Vrijheid. Revolutie in Nederland 1780-1787. Cat. Centraal Museum Utrecht, p. 32.
  8. Grijzenhout, F. & N.C.F. van Sas (1987) Voor Vaderland en Vrijheid. Revolutie in Nederland 1780-1787. Cat. Centraal Museum Utrecht, p. 16.
  9. Knoops, W.A. & F.Ch. Meijer (1987) Goejanverwellesluis. De aanhouding van de prinses van Oranje op 28 juni 1787 door het vrijkorps van Gouda.

 

 

N.B. De Orangisten hadden in september 1787 geen moeite met het binnenhalen van Pruisische troepen.

Ontvangen van "http://nl.wikipedia.org/wiki/Patriotten"

 

Additional information